Première 8 maart 2001, Stadsschouwburg, Utrecht
De optredens en het charisma van ontsnappingskunstenaar en illusionist Harry Houdini (1874-1926) nemen bovenmenselijke vormen aan. Zijn grenzeloze ambitie en de gretigheid van het publiek dwingen Houdini steeds raadselachtiger en gevaarlijker toeren uit te halen. Hij lijkt uiteindelijk zelfs de dood in het gezicht uit te lachen.
Men gelooft niet langer dat zijn prestaties een combinatie van sluwheid met een ijzeren fysieke conditie zijn. De grenzen van illusie en werkelijkheid vertroebelen. Ook voor hemzelf, wanneer hij zegt 'Als het mogelijk is voor iemand om door te komen na de dood, dan ben ik die persoon' Als op het toppunt van zijn roem zijn geliefde moeder sterft, stort hij zich op het spiritsme om nog eenmaal bij haar te zijn.
Houdini, die beroepsmatig een neus voor trucs, stunts en belazerij heeft, ontmantelt het ene na het andere medium. Tot zijn verdriet, want hij ziet de kans op een weerzien met moeder afnemen. Het publiek veronderstelt dat de magische Houdini de heksenjacht op spiritisten heeft geopend. Ondertussen werkt hij aan zijn levensstunt.
In de ongrijpbare en gelaagde composities van Vincent van Warmerdam herkent men het luidruchtige, aanstekelijke geschetter van het orkest in de 'medicine shows' en de sombere sonoriteit van de ontmoetingen met de doden.
met Porgy Franssen ,Peter Blok, Lies Visschedijk,
muzikanten Eduard van Regteren Altena, Vincent van Warmerdam, Micha Molthoff, Arjen de Graaf, Hein Offermans en Raymund van Santen
tekst Jan Veldman
muziek Vincent van Warmerdam
regie Peter Blok
decor Herbert Janse
lichtontwerp Stefan Dijkman
geluidsontwerp Dicky Schuttel
kostuums Dorien de Jonge en Patricia Lim